zaterdag 16 juli 2011

Zware duurloop rond Terlet

Makkelijk had ik het niet vandaag tijdens de lange duurloop. De afgelopen week al zwaar getraind, ik denk dat dat mee speelde. Tot overmaat van ramp speelde de spier boven de knie weer eens op. Heel vervelend, steeds zo'n pijnscheut. Ik dacht er vanaf te zijn, niet dus. De ronde was prachtig, rondje Terlet. Het weer was prachtig, althans goed loopweer (dus geen vakantieweer). De schotse Hooglanders keken ons glazig aan en waren zelf liever lui dan moe. Jan liep makkelijk, praatte honderduit over het landschap, voor mij een teken dat hij een stuk beter liep. Jeroen en Cordien gingen ook goed. Daarmee heb ik alle lopers van vanmorgen gehad. Een klein select groepje dus, de vakanties zijn echt begonnen. Na zo'n 19 kilometer had ik het eigenlijk wel gehad, maar we moesten nog een 'stukje'. Ik liet me uiteraard niet kennen en stiefelde dapper door. Overigens liepen we ook niet echt langzaam, geregeld boven de 11 k/u. Mijn drinkflesjes raakten langzaam leeg. Nog even die laatste heuvel op, zo ..nu hebben we de zware onderdelen gehad. Samen met Jan liep ik over de Arnhemsche Allee naar huis. De Garmin registreerde ruim 26 km. De gemiddelde hartslag was wel ouderwets in orde, ruim onder de 140 bpm. Even een paar dagen rust!

zaterdag 18 juni 2011

Roparun ‘een avontuur voor het leven’

Onderstaande tekst heb ik gemaakt voor de cikoerier die deze maand nog uitkomt:



Hoe het begon.
Met een aantal naaste collega’s bedachten we dat het goed zou zijn om mee te doen aan de Roparun. Om ons heen (collega’s , familie , vrienden) werden we regelmatig geconfronteerd met mensen die aan kanker leden. Via de Roparun konden we iets betekenen voor deze mensen, was het idee. Bij mij viel dat direct in goede aarde, een kans om het goede doel met een sportieve uitdaging te combineren. In 2010 wilden we als team van Waterschap Rivierenland (mijn werkgever) deel nemen aan de ‘Roparun’. Het is toen niet gelukt om ons in te schrijven, voor nieuwe teams zijn er maar beperkte plaatsen.  Gelukkig lukte het wel voor de editie 2011

Waterlopers in Parijs
Wat is Roparun?
De Roparun is een estafetteloop van ongeveer 520 kilometer van Parijs naar Rotterdam waarbij mensen, in teamverband, een sportieve prestatie leveren om op die manier geld op te halen voor mensen met kanker. Ook wel een avontuur voor het leven genoemd. Dat blijkt overigens ook uit het motto wat al jaren is: "Leven toevoegen aan de dagen, waar geen dagen meer kunnen worden toegevoegd aan het leven".
Een Roparunteam bestaat uit maximaal acht lopers die dus ieder gemiddeld zo'n 65 kilometer lopen oftewel meer dan 1 ½ marathon. Daarnaast bestaat een team uit minimaal twee fietsers en nog een aantal mensen in de begeleiding. Denk hierbij aan chauffeurs, verzorgers, cateraars en wegkapiteins. Teams zijn zelf verantwoordelijk voor de invulling van deze taken en gemiddeld bestaat een team uit 25 personen.

Waterlopers
De naam ‘Waterlopers’ werd bedacht voor ons team. Een eigen website werd er gemaakt www.waterlopers.nl en de organisatie van de loop kon beginnen. Het is naast een sportieve vooral ook een logistieke uitdaging om met twee teams van 4 lopers en 2 fietsers non-stop van Parijs naar Rotterdam te lopen en te fietsen. Daarnaast allerlei acties bedenken om zo veel mogelijk geld op te halen voor het goede doel (stichting Roparun).

Voorbereiding
Ik nam het op me om de lopers goed voorbereid aan de start te krijgen. Makkelijker gezegd dan gedaan. Hoe moet je dit trainen? Twee dagen en twee nachten continue lopen, eten, slapen. In estafettevorm met vier lopers (verdeeld in stukken van 1500 m per persoon in vijf etappes van gemiddeld 53 km.). De gemiddelde snelheid moet minimaal 11 k/u zijn.
Ik maakte een schema om een redelijke halve marathon te kunnen lopen (kijkend naar de mogelijkheden van de lopers). Het ging me daarbij om het trainen van duurvermogen. De laatste 1,5 maand gingen we over tot meer wedstrijdspecifieke trainingen, d.w.z. intervallen van 1500 – 2000 meter. Met de hele groep oefenden we drie keer op heuvelachtig terrein en na de laatste gezamenlijke training kreeg ik er vertrouwen in. De lopers toonden hun vorm.
op de startlocatie

De Roparun
In het pinksterweekeinde (11, 12 en 13 juni) begon het dan eindelijk. In een groot park net buiten Parijs verzamelen de 275 teams zich. Ik was onder de indruk van de sfeer, iedereen popelde om te starten. En na een pastamaaltijd kon het beginnen. Ons team A beet de spits af in Parijs (zaterdag om 16.00 uur). Mijn team B zou na 60 km. team A aflossen.


Zo gezegd zo gedaan, nadat team A gearriveerd was op de afgesproken plek, begon ik met lopen en na 1,5 km. tikte ik mijn medeloper aan (die in het busje vervoerd werd). Zo draaide dat continue door. Ik voelde me prima, genoot van het mooie landschap, het heuvelachtige terrein, de zon, de klaprozen in de berm, de dikbilkoeien in de wei en de slaperige dorpjes. Ons team liep regelrecht naar ons eerste basiskamp, alwaar enkele collega’s zorgden voor eten en tentjes om even in te slapen. Team A ging toen weer op pad. voor een volgende etappe (is het nog te volgen?). Dat slapen moet je je trouwens niet te veel van voorstellen. Ik heb in twee nachten ongeveer 4 uur slaap gehad.
wachtend op eerste start
Naast slaapgebrek speelden de pijntjes op bij de lopers. Ik had in eerste instantie last van mijn linker knieholte en hamstring en op het laatst van mijn bovenbenen. Massage tussendoor zorgde voor enige verlichting en ook de ‘pillen’ deden hun werk. Opgeven is geen optie! Dat het een uitputtingsslag zou worden wisten we vantevoren. Wat me echt zorgen baarde waren mijn darmen die iets te fanatiek het voedsel doorstuurde naar de uitgang. Het loopt bijzonder onprettig van dixy naar struikgewas. Maar ook dit overwon ik m.b.v. van immodium.

Rotterdam kwam dichterbij. In verschillende dorpen (o.a. Ossendrecht, Oud-Beijerland) werden we met festiviteiten als helden binnengehaald. Het leek wel carnaval. Geweldig om mee te maken, maar wel doorlopen. Ik begon sterker te lopen, nam af en toe wat meer meters voor mijn rekening en schroefde het tempo wat omhoog. Lekker gevoel als je dat  nog kan.
 
De finish
De laatste etappe (35 km) moesten de lopers ook op de fiets, busjes mochten niet op de route. Dus fietsen en afwisselend lopen. De regen kwam met bakken uit de hemel, maar dat kon het moraal niet meer breken. De Coolsingel was volgestroomd om alle teams een geweldige ontvangst te geven, met muziek, tv-opnamen, mooie woorden, bloemen van de organisatie en ook van familie en bekenden. Ja, er werd menig traantje gelaten. Onze echte gemiddelde snelheid werd 11,22 k/u.
Finish Coolsingel

Het zit er op, het is met recht ‘een avontuur voor het leven’ te noemen. En teambuilding in ‘optima forma’. Ik zal dit niet snel vergeten. Eind juni nog een afsluitende feestavond en dan kunnen we ook onze verworven gelden aan het goede doel (stichting Roparun) doneren, dat zal ca. € 10.000 worden. Als je ooit de kans krijgt om mee te doen, pak hem dan! 

woensdag 23 februari 2011

And his name is 'Edwin'

foto door Maarten
Velen (46%) hadden op Edwin gestemd. Daarmee liet hij bij de verkiezing van 'Recreant van het jaar 2010' anderen ver achter zich. De democratie viert hoogtij bij groep 5. Er hoefde - tot spijt van Tonny- dus niet gediscussieerd te worden in een of ander dubieus (rook)hol tot in de late uurtjes. Edwin voldeed ruimschoots aan alle criteria, ook aan een door Tonny ingebracht criterium: je moet 'zoenbaar' zijn. Voor Edwin is het te hopen dat hij volgend jaar ook ruimhartig kan zoenen bij het overhandigen van de beker, de bloemen en een foto. Onder het toeziend oog van o.a. oudgediende en oprichter van groep 5 'Ulke Bouwman' kreeg Edwin alle lof voor zijn enthousiasme voor Ultra- en trail-lopen en voor zijn bemoeienissen met Rondje Nederland  Bovenal is Edwin een bovenstebeste kerel en heeft hij de prijs dik verdiend!

zondag 20 februari 2011

Het werden er dertig

Op Valkenhuizen deed ik een voorstel aan de groep (liefst 13 lopers) om langs de IJssel van Velp naar Rheden te lopen, en terug te komen via het bos (posbank). Ik wist wel dat dat meer kilometers zouden worden dan de gangbare 20 km. Ik schatte het in op ca. 23 km. De groep vond het geen goed idee, de koude Oostenwind zou zich op de onbeschutte plekken langs de rivier te veel doen gelden. Het tegenvoorstel kwam van Gerrie: de beschutting van het bos opzoeken, naar de boerderij van Ark, richting Loenermark en terug met een lusje. Ook die route zou iets verder zijn dan 20 kilometer, maar werd door de anderen omarmd. De IJsselroute bewaren voor een volgende keer. In het bos liep het idd lekker, in het begin nog wat fris maar later kreeg ik het heerlijk warm. Na een uur kwamen we op een kruising waar een keuze onderwerp van gesprek was. Door naar de boerderij van Ark, of de weg terug inslaan? Ursula, Bernard en Bart durfden de langere route niet aan en draafden terug richting Valkenhuizen, de rest ging door. De hond achter het hek van de boerderij deed weer ontzettend zijn best om ons de stuipen op het lijf te jagen. Gelukkig bleek het hek wederom hoog genoeg. Peter sloot later nog vriendschap met deze boze viervoeter. Volgens Marlies is Peter een soort hondenfluisteraar waar Martin Gaus bij in de schaduw staat. We hielden het tempo er aardig in, Ruim 10,5 op een forse klim naar boeven. Het liep lekker, ik genoot van de mooie omgeving en de stilte van de natuur. Af en toe schrik ik van de vele kilometers die we al hadden gelopen en die nog zouden komen. Op de paddestoelen in de Imbosch (waar ooit Pim pandoer rond zwierf) stond een aantal keren: 'Arnhem 16km'. 

Dat zou wel erg veel zijn. Weer een splitsing, de marathonlopers Sjaak, Marlies en Jan vonden het nog niet genoeg en gingen voor een extra lusje. De benen werden moe, het  laatste venijnige gedeelte van het Kerkepad liet zich voelen. Op Valkenhuizen bleek dat we precies de afstand van de Asselronde hadden afgelegd (27,7 km.). Met de loopafstand van en naar huis eindigde ik na bijna drie uur lopen op 30 km. (hartslag 145 BPM). Met een goed gevoel om relatief makkelijk zo'n afstand te lopen, verwende ik mijn spieren met een warm bad!

zaterdag 12 februari 2011

70 kilometer in 1 week

Ik zeg wel eens: 'ik laat me bij het lopen niet tegenhouden door het weer'. Ik moet bekennen dat ik vanmorgen de moed niet had om in de stromende regen te stappen en me om 9.00 uur te melden bij Ciko. Ik bekeek de buienradar, hoorde de regen op het dak trommelen en dook, met een schuldig gevoel, het bed weer in.  Toen ik opstond was het droog, voor mij het teken om mijn hardloopkleren direct aan te trekken. Prima weer om te gaan inmiddels. Ik had het wel nodig om even mijn benen te strekken. Wel lekker uitgerust deze ochtend.
Nog steeds heb ik last van linkerkuit en rechter bovenbeen, ik wacht met smart op mijn zooltjes. Dicht bij kasteel Rozendaal deed ik ideeën op voor een fartlektraining. Wat zou het fijn zijn als we s'avonds weer in het bos kunnen trainen. Eerst nu maar bij daglicht over de paden struinen. De regen had zijn best gedaan, de bosgrond was kletsnat en drassig. Dat ze overal bomen aan het kappen en verslepen zijn helpt ook niet mee. Wel heerlijk rustig, ik ben niemand tegengekomen. Ik nam me voor niet al te ver te gaan, een kilometer of vijftien. Het werden er bijna achttien, over de fietspaden van de Koningsheide liep ik terug (de derderkerstdaglooproute andersom). Ondanks mijn pijnlijke bovenbeenspieren liep ik goed. Sowieso gaat het met mijn conditie de goede kant op. De benen (niet onbelangrijk) zijn het zwakke punt. Als ik terug kijk op de afgelopen week heb ik 70 kilometers gelopen, een respectabel aantal. Kwantiteit is goed, kwaliteit moet een stuk beter!